Auteur: Marijke v/d Ende

Kirsten en Mark namen afscheid van hun zoons Jack en Thijs. ‘Vergeet ze alsjeblieft niet!’

Kirsten werd met een ambulance naar het LUMC in Leiden gebracht. De kans dat de tweeling in haar buik te vroeg zou worden geboren, was aanzienlijk. Ze kreeg weeremmers en medicatie voor de longrijping van de twee jongens, maar met 25 weken en 4 dagen begon de bevalling al…

Kirsten: ‘Toen de gynaecoloog mijn kamer binnenkwam, zei ik in paniek: ‘Ik wil u helemaal niet zien.’ Op de avond dat ik het ziekenhuis binnen werd gebracht, had hij namelijk gezegd: ‘Als je mij binnen ziet komen, is het niet goed.’ Toch moest hij kijken hoe het ervoor stond en niet veel later zei hij: ‘Je gaat bevallen.’ Ik belde Mark dat hij nú moest komen.

‘Ik mocht Jack een kusje geven’

Mark is op dat moment en in Den Haag. Hij scheurt naar Leiden en is net op tijd om zijn zoons Jack en Thijs geboren te zien worden. Ze zijn heel klein en rood en huilen niet.

‘Jack kwam eerst en ik mocht hem een kusje geven,’ vertelt Kirsten. ‘Vervolgens brachten ze hem naar de opvangkamer en van daar naar de Neonatale Intensive Care Unit (NICU).’

´Ze zijn heel klein en rood en huilen niet.´

Niet veel later komt ook Thijs ter wereld. Kirsten en Mark eten twee happen van een beschuit met blauwwitte muisje en ondertussen worden hun twee jongens aan allerlei apparatuur gelegd.

Onwerkelijk

Terwijl Mark bij Jack en Thijs is, gaat Kirsten douchen. ‘Mijn lichaam voelde niet alsof ik zojuist van een tweeling was bevallen. Binnen een half uur stond ik met een mondkapje op te kijken naar mijn twee kindjes die in hun glazen huisje lagen met allemaal snoertjes. Overal hoorde ik piepjes. Het was zo onwerkelijk. Eigenlijk is het nog steeds onwerkelijk. Soms denk ik: is dit ons verhaal?’

Thijs krijgt in de eerste dagen tot twee keer toe een hersenbloeding. Mark en Kirsten zien hun zoontje steeds met zijn handje naar zijn hoofd grijpen. ‘Dat deed ons heel veel pijn,’ vertelt Mark. ‘Met de artsen besloten we dat we de behandeling zouden stoppen. Door de bloeding zou er geen toekomst voor hem zijn.’ Thijs overlijdt op Eerste Kerstdag
2020.

Afscheid

Kirsten en Mark nodigen familieleden uit om afscheid te nemen van Thijs. ‘Hij lag in de buurt op een mooie plek, maar niet thuis,’ zegt Kirsten. ‘Ik kon het niet aan om hem thuis te halen. Ik wist dat ik dat nooit meer van mijn netvlies zou krijgen. Dat is niet hoe ik het me had voorgesteld hoe de jongens thuis zouden komen.’

Door corona is er maar plek voor maximaal vijftig mensen op de uitvaart. Er is dan ook alleen maar familie aanwezig. Er worden mooie woorden gezegd en er is muziek. Maar de knop moet snel weer om.

Tunnelvisie

‘We legden al onze hoop nu op Jack,’ zegt Mark. ‘Het medisch personeel deed er echt alles aan, maar zijn longetjes waren niet rijp genoeg. Het was fijn dat we overal bij werden betrokken en we mochten helpen bij het verzorgen. Het was bizar: het ene uur leek alles rustig en het volgende uur had hij 100% zuurstof nodig.’ Kirsten vertelt: ‘Je zit de hele dag te kijken naar die monitoren en naar die piepjes te luisteren.’

‘We legden al onze hoop nu op Jack,’

Op 22 januari leggen de artsen uit dat Jack zelf aangeeft dat het niet meer gaat. ‘Dit deel vind ik het moeilijkst om te vertellen,’ zegt Mark in tranen. ‘Het is de vreselijkste beslissing die je in je leven kunt nemen. En dat twee keer. Dat heeft me het meest pijn gedaan.’

Mark: ‘Ergens kwam het ook onverwachts, ondanks de zware gesprekken met artsen. We zaten in een tunnelvisie. We wilden dat het goed zou komen, dus we hadden oogkleppen op. Het is daarom goed dat de artsen er zijn om het belang van het kind mee te wegen. Het ging gewoon niet meer.’ Jack overlijdt die avond.

‘Je kunt niets meer’

Kirsten en Mark worden de volgende morgen wakker. Het leven lijkt doelloos. Waarom zouden ze hun bed uit komen? Maar dan komen ze toch overeind. Er moet een afscheid voor Jack worden geregeld.

‘In principe ga je dan opnieuw het hele riedeltje van Thijs af, maar nu voor Jack,’ zegt Mark. ‘De dag na zijn uitvaart, ben je klaar. Je kunt helemaal niets meer. De eerste dagen merkte ik dat ik zelfs een beetje opgelucht was. Het waren de vijf meest stressvolle weken uit mijn leven en die waren nu voorbij. Maar ik had met liefde nog maandenlang doorgevochten.’

Steun

De familie is een grote steun. Ze koken maaltijden, helpen in het huishouden en halen boodschappen. Mark en Kirsten houden de familie steeds op de hoogte van wat er speelt, al geven ze wel een wat te rooskleurig beeld van de situatie. ‘We gaven onze omgeving het idee dat het best goed ging, hoewel het eigenlijk al die tijd kritiek is geweest. Maar dat wil je zelf niet zien, dus vertel je dat ook niet. Voor je gevoel sta je er alleen voor. We hielden de steun ook een beetje af.’

Mark: ‘Ik had er geen behoefte aan dat ons huis de hele dag vol zat met mensen. We hadden ook rust nodig. Dat is heel dubbel. Je wilt wel hulp, maar je wilt ook samen zijn. Je voelt je bezwaard om hulp af te wijzen. Dat ebt dan weg en dan moet je er later zelf om gaan vragen, maar daar voel je je dan ook weer bezwaard over. Wat steun en hulp betreft was het eigenlijk in het begin teveel en daarna weer te weinig.

´Ik wist zelf niet eens meer goed wie ik was en wat ik wilde en waar ik behoefte aan had.´

Kirsten: ‘Het is lastig om steun te accepteren. Ik wist zelf niet eens meer goed wie ik was en wat ik wilde en waar ik behoefte aan had. Vooral na het afscheid van Jack hadden we steun nodig.’

‘Soms vind je elkaar niet’

In de eerste weken na het overlijden van de jongens rouwen Mark en Kirsten veel samen. Kirsten: ‘Toen Mark weer aan het werk ging, zat ik ineens alleen thuis. De bubbel scheurde open en ik vond dat moeilijk. Het voelde alsof hij niet bij mij wilde zijn. Ik dacht: misschien vindt hij het niet fijn om thuis te zijn.’

Mark: ‘We hebben best wel momenten gehad dat we elkaar niet vonden, maar toch wilden we vechten voor elkaar.’

Samen gaan ze eens per maand naar een rouwtherapeut. Mark: ‘Het is een fijn persoon en het feit dat ze zelf ook een kindje heeft verloren, maakt dat ze zich in kan leven. Ik denk niet dat iemand die zoiets nooit heeft meegemaakt dat echt kan.’

Niet vergeten

Op 6 februari van dit jaar wordt Fleur geboren. Het is uiteraard een hele spannend zwangerschap. Kirsten: ‘Natuurlijk weet je dat de kans groot is dat het goed gaat, maar ik had veel controles nodig om bevestigd te krijgen dat het goed ging met de baby in mijn buik. Toen ze geboren werd, legden ze haar op mijn borst. Daar had ik mijn hele zwangerschap zo naar uitgekeken.’

‘Naast het geluk om Fleur, komt ook het gemis weer harder aan,’ zegt Kirsten. ‘Ik ben erg op mijn hoede. Gaat het wel goed met haar? Ligt ze niet verkeerd in bed zodat ze kan stikken? Dat is echt een gevecht voor mij en dat spreek ik niet zo snel uit naar anderen. In mijn hoofd hoor ik mensen denken: je hebt een gezonde dochter, zeur niet zo.’

´Ik vind het fijn om over Jack en Thijs te praten, hun namen te noemen´

Kirsten: ‘Je voelt je best snel alleen in je verdriet. Mensen vragen niet zo snel naar de jongens, maar ik praat juist heel erg graag over ze. Ik vind het fijn om over Jack en Thijs te praten, hun namen te noemen, en als het me teveel wordt dan zeg ik dat wel. Dat is wat ik mensen wel wil meegeven: vraag ernaar!’

 

 

Leon verloor zijn dochtertje Hannah: ´Ze hoort bij ons´

Leon Plaggenmarsch kreeg te horen dat het baby’tje waar zijn vrouw en hij zo
naar verlangden leed aan trisomie 18, het Edwardsyndroom. Volgens de artsen
was dat niet met het leven verenigbaar. De tijd stond stil en de grond zakte onder
zijn voeten weg.

Leon zou na de geboorte van zijn zoontje Abel opnieuw vader worden. Zijn vrouw
Margreet en hij waren in blijde verwachting van een kindje. Bij de twintigwekenecho
vertelde de verloskundige dat het er niet goed uitzag en een chromosoomafwijking
vermoedde. Ze stuurde hen door naar een specialist.

Hannah

‘Met angst in ons hart en een hoofd vol vragen stapten we op de fiets naar huis,’ vertelt
Leon. ‘Het voelde vreemd. Ik besefte dat we hier op de fiets zaten en net slecht nieuws
hadden gekregen, maar de wereld om ons heen draaide gewoon door.’
Leon en Margreet gaven het meisje de naam Hannah. Er volgden weken van controles en
onderzoeken. Hannah zou in de buik komen te overlijden of ze zou levend worden
geboren. De artsen wisten niet of Hannah het zou redden tot de dag van de geboorte.
‘We moesten ons op beide scenario’s voorbereiden. Ook moesten we nadenken wat we
zouden doen als Hannah levend zou worden geboren, maar niet zelfstandig kon ademen.
Gingen we dan levensverlengende stappen zetten of alleen palliatieve zorg verlenen?
Het waren onmogelijke keuzes, maar we moesten ze wel maken.’

‘Jullie kindje is overleden’

Rond week 37 voelt Margreet een rare beweging in haar buik. Daarna lijkt er geen leven
meer te zijn. Bij de controle bevestigt de arts haar gevoel en zegt: ‘Je voelde geen leven
meer en er is ook geen leven meer.’

‘Toen ze haar ogen opendeed, was ze in de hemel’

Leon: ‘Hannah heeft niet hoeven lijden en is overleden op het meest veilige en warmste
plekje. Toen ze haar ogen opendeed, was ze in de hemel.’
Als Hannah op 27 juni 2014 wordt geboren, zien de ouders aan haar kleine lijfje dat ze
het hier op aarde heel zwaar zou hebben gehad. Ze is klein, kwetsbaar, geliefd en
gewenst, maar het is ook duidelijk: ze is hier niet meer.’

‘Ze was zo kwetsbaar’

Leon en Margreet nemen Hannah mee naar huis. Leon: ‘Toen we terugkwamen uit het
ziekenhuis stond er een grote begrafenisauto bij ons huis te wachten om ons te helpen

om Hannah mooi in haar wiegje te leggen. We nodigden familie uit om langs te komen.
We zijn ook trotse ouders en we willen graag woorden geven aan ons verdriet.’
Hannah kan niet lang thuisblijven, dus besluiten ze het mandje te sluiten. ‘Dat was een
van de meest heftige momenten. Je weet dat het moet of beter is, maar je wilt het
helemaal niet. Het sluiten van het mandje is zo definitief. Achteraf denk ik wel eens:
hadden we haar maar meer vastgehouden en geknuffeld. Maar ze was zo kwetsbaar.’

‘Ik stond letterlijk in de grond’

De afscheidsdienst en de begrafenis zijn verdrietig, maar ook mooi en waardevol.
Margreet en Leon dragen Hannah zelf de kerk binnen. Er zijn veel mensen die het
verdriet met hen delen. Ze hebben de afgelopen tijd erg meegeleefd omdat Margreet en
Leon geregeld updates verstuurden om te vertellen wat er gebeurde en hoe het met hen
ging.

‘Wat me altijd bij zal blijven is dat ik Hannah zelf heb begraven. Ik stapte het graf in en
stond letterlijk in de grond en zette haar mandje neer. Daar staan, de geluiden te horen
en de geur van de aarde te ruiken… dat vergeet ik nooit meer. Het is een verdrietig
moment, maar ook wel een mooi en waardevol moment. Dit mag ik voor mijn dochter
doen, haar lichaam waardig begraven.

‘Ik stapte het graf in en stond letterlijk in de grond’

Mijn rol als vader zou ik pas echt gaan oppakken bij de geboorte. Maar toen Hannah
werd geboren, kon ik niet voor haar zorgen zoals ik dat had willen doen als haar vader.
Ik kon wel voor Margreet zorgen, maar er was geen meisje dat verzorgd hoefde te
worden, geen slapeloze nachten, geen flesjes, geen aangifte van geboorte, enzovoort.
Maar wat ik voor Hannah mocht en kon doen, heb ik met liefde gedaan.’

Voor bij het grafje hebben Leon en Margreet een gedenkteken ontworpen. Een glasplaat
met een vlinder en drie bloemetjes en de tekst: ‘Geboren in de hemel. Tot ziens’.
‘Het verlies van Hannah was erg verdrietig, maar in dat proces hebben we ook mooie en
waardevolle momenten meegemaakt. Je zit in een trein die maar doordendert. Je kunt
niet uitstappen en je weet zelfs niet wat het eindstation is, maar als je die rit dan toch
moet maken, kom je soms ook langs mooie plekken waar je toch goed op terug kunt
kijken.’

Vinden en laten vinden

‘Margreet en ik hebben heel veel samen gedaan en doorleefd, ook al is er verschil in onze
beleving. Ik kan me goed voorstellen dat je als echtpaar uit elkaar groeit in je rouw. We
hebben dit vanaf het begin naar elkaar uitgesproken: ‘Ik ga dit met jou aan.’ Maar dan
nog moet je je ook echt wel laten vinden, anders kan die ander je ook niet helpen. Door
dat naar elkaar te benoemen, zijn we dicht bij elkaar gebleven.’

‘Ik ga dit met jou aan.’

‘We hadden familie en vrienden om ons heen. In die zin heb ik niet het idee dat ik iets
heb gemist. Wel zou ik achteraf wat meer met lotgenoten willen praten. Praktisch: hoe
doe je dit of dat? Maar ook: hoe was het en waar liep je tegenaan? Daarom denk ik dat
Stichting Rouwkost en het maatjesproject dat is opgezet heel belangrijk kan zijn om zo’n
verlies te kunnen dragen.’

Kijk vriendelijk naar jezelf

‘Ik heb ervaren dat het best een opgave is om alle keuzes te maken die op je afkomen. Als
ik terugkijk is veel gegaan zoals we het voor ons hadden gezien. Uiteraard niet alles.
Daarop kan ik dan wel terugkijken dat we de keuzes met ons hart hebben gemaakt en
dat het goed was. Ik wil andere mensen ook aanmoedigen: achteraf zou je het nu
wellicht anders hebben gedaan, maar reken jezelf daar niet op af. Probeer een beetje
vriendelijk naar jezelf te kijken.’

Hannahdag

Hannah heeft een belangrijke plek in het gezin. Leon en Margreet kregen na Hannah nog
twee kinderen: Timo en Evan. Zij hebben Hannah niet gekend en de oudste, Abel, was
nog te jong om het allemaal heel bewust mee te maken, al heeft het natuurlijk op hem
ook impact gehad. Speciaal voor hem hebben we een boekje gemaakt met foto’s en
verhaaltjes over die tijd. Hij leest het boekje wel vaker. Soms komen de tranen. We zien
hierin een lieve betrokken grote broer. Ook Hannahs jongere broertjes pakken het wel
eens en dan praten we er over.

‘Ze is niet bij ons, maar ze hoort wel bij ons’

‘Op haar geboortedag vieren we Hannahdag en gaan we iets leuks ondernemen en uit
eten. Soms met het gezin, soms met onze ouders,’ zegt Leon. ‘We maken er een fijne dag
van. Ze is niet bij ons, maar ze hoort wel bij ons. Dat vind ik een mooie gedachte.’

 

 

Bjorn en Freek te gast in ‘Bij Jorieke’

In het radioprogramma ‘Bij Jorieke’, zoekt Annemarie met haar gasten naar geloofsverdieping, deelt bijzondere levensverhalen of bespreekt thema’s die uit het leven van luisteraars gegrepen zijn.

Dinsdag 11 oktober waren Freek van der Brugge en Bjorn Visser te gast en zij deelden hun eigen persoonlijke verhaal, gaven antwoord op kwetsbare vragen en vertelden over Stichting Rouwkost.


Het gesprek is
hier terug te luisteren.

Na bijna 38 weken stopte Jades hartje met kloppen. ‘Botte, afschuwelijke pech’

‘Liever had ik dit verhaal niet verteld,’ zegt Paula Ruigrok uit Breezand. Met haar man Niek raakt ze in 2020 voor het eerst in verwachting. Creatief als ze allebei zijn, maken ze een mooi kamertje voor de kleine Jade. Paula is ruim 37 weken zwanger en alles is klaar voor hun meisje.

‘De zwangerschap verliep zorgeloos,’ vertelt Paula. ‘De twintigwekenecho was prima. Omdat we middenin de coronapandemie zaten, duurde het tot de zesendertigste week dat ik weer kon komen voor controle. Het zag er nog steeds prima uit. Jade was wel wat klein, maar ik ben zelf klein, dus de verloskundige had al eens gezegd: ‘Jij zult vast geen grote baby’s maken.’ Er was geen reden tot zorg.’

Minder beweging

Een dag later belde de verloskundige. Ze had het nog even besproken en voor de zekerheid wilden ze Jade toch even controleren. In het ziekenhuis werd alles nog eens gemeten. Alles was goed en Paula mocht over een week terugkomen.

De dag voordat ze opnieuw naar het ziekenhuis zou gaan, voelt Paula wat minder beweging dan anders, maar ze had begrepen dat dat vaker gebeurde als de bevalling aanstaande was.

‘Ik wil dat je nu je man belt’

Op 2 juni 2021 zette de klinisch verloskundige het echoapparaat op Paula’s buik. Het hoofdje zag er prima uit, maar toen ze naar het buikje van de baby keek, haalde ze het apparaat eraf en vroeg: ‘Paula, ben je hier alleen gekomen? Ik wil dat je nu je man belt.’

Paula: ‘Ik belde Niek en zei: ‘Je moet nu meteen komen.’ Ik hing weer op en pas toen vroeg ik: ‘Maar, is het niet goed dan?’ ‘Nee, het hartje klopt niet meer, je kindje is overleden.’ Ondertussen rende Niek naar boven met het idee dat ik werd ingeleid en dat we een kindje zouden gaan krijgen. Toen hij binnenkwam, vertelde ik hem dat Jade was overleden. Daarna was ik in shock. Ik kon niks meer zeggen en ik kon ook niet huilen.’

‘Ik kon niks meer zeggen en ik kon ook niet huilen.’

Levensgevaarlijk

Niek: ‘Toen ik zag dat Jades hartje niet meer klopte, stortte mijn wereld in. Huilen lukte niet. Het drong niet echt door. We kregen even de ruimte samen, maar al snel werd het wat zakelijk. Eigenlijk willen ze je dan zo snel mogelijk de deur uit hebben, zo voelde het. Het was levensgevaarlijk dat ik met Paula in de auto ben gestapt.’

Niek en Paula rijden naar Nieks ouders die al met pensioen zijn. Daar stappen ze in een wereld waar niemand in wil terechtkomen. ‘Je moet meteen van alles gaan regelen en een begrafenisondernemer bellen, maar je wilt het liefst onder de dekens kruipen en er nooit meer onder vandaan komen,’ vertelt Niek.

‘Trots en blij’

Een paar dagen later wordt de bevalling ingeleid. De klinisch verloskundige had gezegd: ‘Het klinkt misschien raar, maar het wordt ook een hele mooie ervaring dat je mag gaan bevallen.’ Paula: ‘Ik dacht echt: waar heb jij het in vredesnaam over. Ik was ook wel een beetje boos. Waarom zeg je dat? Mijn kind is dood. Hoe kan mijn bevalling nog iets moois zijn?

Toch had ze gelijk. Toen Jade werd geboren, durfde ik niet te kijken. Niek wel. Hij vertelde hoe ze eruit zag en daarna wilde ik haar ook wel zien. We hebben samen gekeken hoe mooi ze was. We waren vol trots en ook blij.

Het is nooit bekend geworden waar Jade aan is overleden. Paula’s placenta is onderzocht, er zijn röntgenfoto’s genomen, maar er is geen oorzaak gevonden. Het was een kans van 1 op tien miljoen: botte, afschuwelijke pech.

‘Ik wilde haar wel aan iedereen laten zien.’

Spijt

Paula en Niek zijn nauwelijks in staat om de dingen te regelen die gedaan moeten worden. Hun familie neemt veel dingen uit handen. Dat is fijn, maar daardoor gaan er soms ook dingen aan hen voorbij. Achteraf hebben ze wel spijt dat het zo is gegaan. Dat hadden ze graag anders gewild, maar ze beseffen ook dat ze op dat moment niet in staat waren om dat allemaal zelf te regelen.

Niek: ‘De begrafenisondernemer had weinig of geen ervaring met uitvaarten voor baby’s. Er werd nadruk gelegd op afscheid nemen, terwijl wij juist bezig waren met het verwelkomen van ons kindje. We waren trots en wilden haar laten zien. We hadden achteraf liever een speciale babyuitvaart willen hebben. Er zijn daar zoveel mogelijkheden voor en dan zouden we ook meer mooie herinneringen hebben. Dat hebben we achteraf gemist, maar ja, we hadden daar nooit over nagedacht.’

De ceremonie wordt gehouden in de buitentuin van het crematorium. ‘Dat was mooi,’ vertelt Paula. ‘Er waren ballonnen, roze tompouces, mooie liedjes en we hebben wat gezegd. In huis hebben we een mooi hoekje voor Jade. Er staan roze rozen en er brandt een kaarsje. Ze hoort bij ons en ze is zichtbaar deel van ons gezin.’

Schuldgevoel

Niek en Paula merken dat ze zich soms schuldig voelen over wat er allemaal is gebeurd. Niek: ‘Als je hoort dat er geen doodsoorzaak is gevonden, gaat er wel door je hoofd: hadden we Jade maar na 37 weken laten halen. Ik snap wel dat dat niet realistisch is, maar toch.’

Paula: ‘Waarom heb ik niet gemerkt dat Jade overleed in mijn eigen buik?

Naar het strand

Niek en Paula trekken veel met elkaar op in de tijd na het overlijden van Jade. Vaak gaan ze naar het strand. Niek legt uit: ‘De ruimte in je hoofd en je huis is heel klein, dus als we het even niet meer wisten… hop, naar het strand. Daar hadden we letterlijk de ruimte. We hebben veel gepraat en daardoor bleven we op één lijn. Soms moesten we even weer een stapje terug doen om weer bij elkaar te komen. Ik was al snel weer aan het werk en naar de sportschool, maar dat ging iets te snel, dus ben ik wat minder gaan werken om weer meer tijd bij Paula te zijn.’

Pappa’s rouwen ook

Niek: ‘Ergens dacht ik: ik sta hier helemaal alleen in. Maar toen kwam ik in contact met iemand die iets soortgelijks had meegemaakt. Toen bleek dat ik helemaal niet gek was. Dat het helemaal niet raar is als ik thuiskom en op de bank plof bij Paula en we allebei liggen te huilen. Ik bekeek de documentaire ‘Pappa’s rouwen ook’ en zag die mannen met elkaar praten over hun verlies. Daardoor kon ik mijn verhaal ernaast leggen en woorden geven aan mijn gevoelens.’

‘Ergens dacht ik: ik sta hier helemaal alleen in.’

Paula: ‘Drie maanden na het overlijden van Jade raakten we in verwachting van Noud en nadat hij was geboren, was ik even niet in staat om voor verse roze rozen te zorgen voor het plekje van Jade. Daar voelde ik me dan weer schuldig over. Nu Noud er was, ervaarde ik minder ruimte voor het stilstaan bij Jade. Dat vond ik wel heftig. Ik las later dat schuldgevoel voortkomt uit liefde. Dat helpt me om mezelf beter te begrijpen. Ik weet dat ik het verlies van Jade mezelf niet kan aanrekenen, maar het is wel pijnlijk.’

 

 

 

 

 

 

 

Gezocht: ouders die hun verhaal willen delen

Door het delen van verhalen is er herkenning en erkenning voor ouders die een kind hebben verloren. Er zijn andere ouders die ook weten waar je door heen gaat, ouders die je begrijpen.
Als stichting Rouwkost vinden we het belangrijk om verhalen van ouders te delen.

Graag horen wij ook jouw verhaal, zou jij deze ook met andere ouders willen delen? Vul dan onderstaand formulier in.

 

 

Verhaal delen

Naam(Vereist)
Denk bijvoorbeeld aan: wat gebeurde er? Hoe oud was je kindje, waren er andere kinderen aanwezig in het gezin en hoe je de rouw periode hebt ervaren.
Toestemming(Vereist)

Met  gemaakt door Comyoo | creatieve studio