Hoe betrek ik mijn kinderen bij het rouwproces? | Een interview met Mariken Spuij
Mariken Spuij is klinisch psycholoog en psychotherapeut, met jarenlange ervaring in het begeleiden van kinderen, jongeren en ouders bij rouw en verlies. Zij deed uitgebreid onderzoek naar hoe rouw bij kinderen werkt en wat er kan gebeuren als zij daarin vastlopen. Hoewel zij tegenwoordig vooral volwassenen behandelt, is rouw bij kinderen en jongeren een belangrijk expertisegebied gebleven. Vanuit die kennis en haar werk met gezinnen deelt zij wat kinderen nodig hebben wanneer zij een broer of zus verliezen en hoe je hen als ouder daarin kunt begeleiden.
Rouwen kinderen anders dan volwassenen?
“De gevoelens zijn in de kern hetzelfde,” zegt Mariken. Verdriet, boosheid, angst en gemis verschillen niet wezenlijk tussen kinderen, jongeren en volwassenen. Het grote verschil zit in de ontwikkeling. Volwassenen zijn emotioneel en verstandelijk verder ontwikkeld. Zij begrijpen wat de dood betekent, wat onomkeerbaarheid inhoudt en kunnen meestal woorden geven aan hun gevoelens. Kinderen zitten daar middenin. Zij moeten dat allemaal nog leren. Bij jonge kinderen zijn er vaak eerst lichamelijke gevoelens: spanning in het lijf, buikpijn, onrust, slecht slapen. Pas later leren zij dat te herkennen als verdriet of boosheid. Ook het besef dat iemand écht niet meer terugkomt, groeit stap voor stap. Daarnaast zijn kinderen bezig met hun identiteitsontwikkeling. Dat betekent: ontdekken wie ze zijn, wat ze kunnen, waar ze bij horen. Dat proces loopt door tot in de jongvolwassenheid. Wanneer een broer of zus overlijdt, komt dat bovenop die ontwikkeling. Dat maakt ook dat rouw bij kinderen niet één moment is, maar terug kan komen in verschillende levensfasen. Een kind dat op driejarige leeftijd een broer verliest, begrijpt dat verlies anders wanneer het acht is, en weer anders wanneer het veertien is. Iedere nieuwe ontwikkelingsfase kan maken dat het verlies opnieuw betekenis krijgt. Dat wordt soms omschreven als “herrouwen”: niet omdat het verdriet steeds erger wordt, maar omdat het kind op een andere manier gaat begrijpen wat het betekent.
Ontwikkeltaken: wat betekent dat eigenlijk?
Mariken benadrukt dat kinderen altijd hun gewone ontwikkeltaken hebben. Dat zijn de stappen die horen bij hun leeftijd. Een kleuter leert samenspelen, een kind in groep drie leert lezen en schrijven een tiener ontwikkelt een eigen mening, maakt zich los van ouders en zoekt zijn of haar identiteit. Dat zijn grote processen. Ze vragen energie, aandacht en emotionele ruimte. Wanneer daar rouw bovenop komt, kan dat extra zwaar zijn.
Stel: een puber moet zich losmaken van thuis. Maar thuis is er veel verdriet. Er is spanning. Misschien zijn ouders minder beschikbaar, simpelweg omdat zij zelf in rouw zijn. Dan kan een puber zich schuldig voelen als hij plezier heeft met vrienden. Of zich juist sterker vastklampen aan thuis. Of zich extra verantwoordelijk voelen. Bij jongere kinderen kan het anders lopen. Een kind dat net leert woorden te geven aan gevoelens, moet ineens omgaan met enorm grote emoties. Dat kan verwarrend zijn. Als ouder kun je jezelf daarom afvragen: Is dit gedrag passend bij de leeftijd? Of lijkt het vooral met het verlies te maken te hebben? Of lopen die twee door elkaar heen? Dat laatste is vaak het geval.
Kinderen willen hun ouders beschermen
Wat Mariken vaak ziet in gezinnen, is een wederzijdse bescherming. Ouders willen hun kinderen beschermen tegen verdriet. En kinderen willen hun ouders beschermen. Kinderen kunnen bijvoorbeeld denken: als ik over mijn broer begin, wordt mama verdrietig. Dus zeg ik niets. Maar het verdriet ís er al. Het niet benoemen maakt het niet kleiner. Tegelijkertijd is het belangrijk dat rouw niet de hele dag alles overheerst. Sommige kinderen ervaren school juist als een veilige plek waar het even niet over het verlies gaat. Waar ze gewoon leerling kunnen zijn. Dat kan helpend zijn. Daarom is het goed om rouw niet te vermijden, maar ook niet voortdurend centraal te zetten. Het mag er zijn, maar het mag ook geparkeerd worden. Dat geeft lucht.
Waarom school soms juist helpend is
Op school gelden regels en routines. Er zijn lessen, pauzes, vriendjes. Die structuur kan veiligheid geven. Het biedt voorspelbaarheid in een tijd waarin thuis veel onzeker voelt. Mariken waarschuwt daarom dat het niet altijd helpend is om rouw op school uitgebreid te organiseren. Soms denken scholen: laten we een groep starten voor alle kinderen met verlieservaring. Maar voor sommige kinderen is school juist de plek waar ze even niet met rouw bezig willen zijn. Dat betekent niet dat school niets moet doen. Het betekent wel dat het belangrijk is om te kijken wat dit kind nodig heeft. Soms is dat een luisterend oor van een leerkracht. Soms is dat juist rust en normaliteit.
Rouw uit zich op verschillende manieren
Rouw ziet er niet bij ieder kind hetzelfde uit. Een kind kan verdriet uiten door hard tegen een bal te schoppen. Of door muziek te spelen die de overleden broer of zus mooi vond. Of door te tekenen. Of door juist stil te worden. Sommige kinderen passen zich sterk aan. Ze maken geen ruzie meer en gedragen zich “volwassen”. Andere kinderen worden drukker of prikkelbaarder. Waar ouders vooral op kunnen letten, is flex ibiliteit in het gedrag. Een kind dat rouwt, kan het ene moment verdrietig zijn en het andere moment spelen of lachen. Het kan soms boos zijn en soms rustig. Die afwisseling is juist een gezond teken. Wanneer gedrag echter vast lijkt te zitten — bijvoorbeeld een kind dat alleen nog maar stil is, of juist voortdurend boos of druk — kan dat een signaal zijn om extra alert te zijn. Wanneer ouders hun kind niet meer herkennen of zich langdurig zorgen maken over het functioneren, bijvoorbeeld op school of in contact met vrienden, kan het verstandig zijn om hulp te zoeken. Maar het is belangrijk om te weten: de meeste kinderen kunnen een verlies van een broer of zus dragen zonder langdurige professionele hulp. Onderzoek laat zien dat zo’n verlies geen automatische voorspeller is van ernstige psychische problemen op de lange termijn.
De knikker en het potje
Mariken gebruikt een beeld dat veel ouders helpt. Stel je een knikker voor in een potje. De knikker staat voor het verdriet. Vaak denken mensen dat die knikker steeds kleiner wordt. Maar in werkelijkheid blijft het verdriet ongeveer even groot. Wat verandert, is het potje. In het begin is het potje klein. Het verdriet vult bijna alles. Er is weinig ruimte voor iets anders. Maar na verloop van tijd groeit het potje. Er komen nieuwe ervaringen bij. Nieuwe herinneringen. Nieuwe momenten van licht en plezier. Het verdriet blijft, maar het krijgt meer ruimte om zich heen. Er komt als het ware meer licht omheen. Toch kan het gebeuren dat je op een verjaardag, bij kerst of bij een diploma-uitreiking ineens weer het gevoel hebt dat de knikker het hele potje vult. Dat is normaal. Rouw verloopt niet in een rechte lijn. Het gaat in golven, ook bij kinderen.
Wat hebben kinderen nodig?
Wat kinderen nodig hebben, hangt samen met hun leeftijd en ontwikkeling. Maar in algemene zin zegt Mariken: kinderen hebben een omgeving nodig die ruimte schept. Ruimte voor verdriet, voor boosheid, voor gemis. En zelfs ruimte voor verwarrende gevoelens, zoals opluchting wanneer een broer of zus na een lange ziekte niet meer hoeft te lijden. Alle gevoelens mogen er zijn. Kinderen hebben volwassenen nodig die aanwezig zijn. Die durven luisteren. Die kunnen zeggen: “Ik weet het ook niet.” En die laten zien dat verdriet er mag zijn, zonder dat het opgelost hoeft te worden.
Samen dragen: betrek je omgeving
Mariken benadrukt ook dat ouders het niet alleen hoeven te doen. Soms kan het voor een kind makkelijker zijn om met een andere volwassene te praten. Een tante, een buurvrouw, een voetbaltrainer of een leerkracht. Het kan helpend zijn om mensen in je omgeving te vragen af en toe op een natuurlijke manier in te checken. Niet door een kind aan tafel te zetten en te zeggen: “Nu gaan we over rouw praten.” Maar bijvoorbeeld tijdens een autorit, een wandeling, een voetbalpotje of terwijl je samen de afwas doet. Gewoon een balletje opgooien: “Hoe gaat het eigenlijk met je?” Of: “Ik moest laatst aan je broer denken, jij ook weleens?” Kinderen voelen meestal zelf aan wanneer ze verder willen praten. En als het belangrijk is, komt het vaak later terug.
Wanneer is hulp nodig?
Rouw kent geen vaste termijn. Het hoeft niet na een half jaar of een jaar “over” te zijn. Soms wordt het gemis zelfs sterker na verloop van tijd. Professionele hulp kan helpend zijn wanneer het functioneren duidelijk vastloopt. Wanneer de flexibiliteit verdwijnt. Wanneer een kind extreem verandert in gedrag. Of wanneer ouders hun kind niet meer herkennen. Maar het is belangrijk om niet uit angst te denken dat het per definitie misgaat. De meeste kinderen blijken veerkrachtig. Een verlies verandert het leven, zoals een steen de loop van een rivier kan veranderen, maar het hoeft niet te leiden tot blijvende ontwrichting.
Een misvatting
De grootste misvatting die Mariken graag wil wegnemen, is dat kinderen wezenlijk anders rouwen dan volwassenen. De vorm kan anders zijn, omdat ze nog in ontwikkeling zijn. Het kan vaker terugkomen. Maar de pijn in de kern is hetzelfde. Rouw heeft geen einddatum. Het beweegt mee met het leven. Het kan terugkomen in nieuwe fases. Wat kinderen vooral nodig hebben, is ruimte om te voelen en ruimte om te praten of juist even niet. Volwassenen die naast hen blijven staan, niet om het verdriet weg te nemen, maar om het samen te dragen.
3 tips om je kind te betrekken bij rouw
1. Geef ruimte aan gevoelens
Verdriet, boosheid, gemis — maar ook verwarrende gevoelens mogen er zijn.
Je hoeft het niet op te lossen. Aanwezig zijn is genoeg.
2. Zoek kleine momenten om te praten
Geen groot gesprek nodig.
Juist tijdens een autorit, een voetbalpotje of de afwas ontstaat ruimte.
Stel een open vraag en laat het daar soms bij.
3. Let op veranderingen in gedrag
Wisselend gedrag is normaal.
Blijft je kind vastzitten in één patroon en maak je je zorgen?
Dan kan het helpend zijn om hulp te zoeken.

‘Kinderen hebben volwassenen nodig die laten zien dat verdriet er mag zijn zonder dat het opgelost hoeft te worden’
Met de vertaalfunctie rechtsboven kun je deze pagina eenvoudig in jouw eigen taal bekijken.
Deze pagina bevat artikelen uit het algemene Rouwkost Magazine.
Ben je op zoek naar het Rouwkost Magazine voor ouders met een islamitische achtergrond? Via onderstaande knop ga je naar die editie.
