Overslaan en naar de inhoud gaan

Rouw en je werk | Een interview met Naomi Kievit

Rouw, verlies en verdriet zijn dingen die we niet zomaar kunnen oplossen. Met de juiste steun kunnen we er wel beter mee omgaan. Naomi Kievit wil het onderwerp rouw op de werkvloer bespreekbaar maken en bedrijven helpen om een goede werkgever te zijn.

Cao en rouwarbeid
Iedereen begrijpt dat je na een zwaar verlies tijd nodig hebt om te rouwen. In de meeste cao’s staat bijvoorbeeld dat je na het verlies van een kind recht hebt op vier vrije dagen . Eerlijk gezegd is dat erg kort. Een klein deel van de bedrijven, zo’n vijftien procent, biedt meer dagen aan, tot maximaal tien. Wanneer je weer aan het werk kunt, is voor iedereen verschillend. Naast je werk, heb je ook te maken met rouwarbeid. Dat kost veel energie. Dan zijn er ook nog de emotionele en fysieke uitdagingen die bij rouw horen. Het kan voelen alsof je met een zwaar gewicht op je schouders en een blok beton aan je been naar je werk gaat. Klachten kunnen variëren van slecht slapen en geen eetlust tot hartkloppingen en een verminderde concentratie. Daarbij komt ook nog de zorg voor je eventuele partner en andere kinderen in het gezin.

De 24-wekengrens
Als je je kindje verliest in de eerste 24 weken van je zwangerschap, heb je officieel geen recht op vrije dagen. Mannen kunnen kortdurend zorgverlof opnemen om voor hun partner te zorgen. Vrouwen kunnen zich ziekmelden om fysiek te herstellen, maar er zijn geen specifieke dagen voor rouwverlof. Pas na een zwangerschap van 24 weken wordt een bevalling officieel een geboorte genoemd en heb je bepaalde rechten. De vader heeft recht op vaderschapsverlof en de moeder op bevallingsverlof, inclusief kraamzorg. Dit laatste kun je zelfs al vanaf achttien weken zwangerschap aanvragen.

Voer het gesprek
Het is het beste als je werkgever het initiatief neemt om te praten over wat je wel en niet aankunt en welke mogelijkheden er zijn. Helaas moet je dit vaak zelf aankaarten. Doe dit op een manier die voor jou werkt. Als praten moeilijk is, stuur dan een e-mail. Laat je leidinggevende en HR-medewerker weten wat er speelt en maak een afspraak om later over je werk te praten, niet direct over wanneer je weer aan de slag gaat.

Terugkeer naar werk
Als je leven ingrijpend is veranderd door het verlies van je kind, kan de terugkeer naar het werk lastig zijn. Het gewone leven gaat door terwijl jouw wereld op zijn kop staat. Hoe goed je terugkeer naar je werk verloopt, hangt af van je werkgever en het bedrijf. Sommige mensen keren na een groot verlies niet meer terug of geven de voorkeur aan een andere functie. 

In de ziektewet?
Rouw is geen ziekte, maar je kunt er wel ziek van zijn. Je hoeft je niet ziek te melden, maar je kunt wel aangeven dat je nu niet kunt werken. Sommige werkgevers stellen voor om vakantiedagen op te nemen, maar daar hoef je niet mee akkoord te gaan. Als je werkgever je ziekmeldt, krijg je te maken met de arbodienst of arboarts. Zij zullen een afspraak met je maken en bij langdurige ziekte ook een plan van aanpak opstellen om terugkeer naar de werkvloer te realiseren. Dit kan als een extra belasting voelen. Probeer hierover in gesprek te blijven met je werkgever. 

Werk is iets sociaals
Ik adviseer meestal: als werk niet gaat, dan gaat het niet, maar werk is ook iets sociaals. Je werk is vaak de enige plek waar je minder geconfronteerd wordt met je verlies. Thuis herinnert alles je eraan. Thuis is het gemiste kind zo aanwezig. Op je werk ben je (even) met iets anders bezig. Veel mensen ervaren dit als prettig. Dit kan wel erg verschillen per vakgebied. 

Niet de uren, maar de taken
Kijk goed naar welke taken je kunt oppakken, niet alleen naar het aantal uren. Kijk vooral naar wát je kunt doen, niet hoeveel uren je gaat werken. Vaak is voor de klas staan of het werken met strakke deadlines of het geven van presentaties tijdelijk wat lastiger. Het kan ook zijn dat je werk een hoge concentratie vergt of is het op hoogte of met gevaarlijke machines of stoffen. Dan is het echt belangrijk om te kijken of je daar op dit moment al goed toe in staat bent. Daarnaast kan werken in de zorg of werken met kinderen ingewikkeld voor je zijn. Iedereen is verschillend, vraag je leidinggevende om je te helpen niet over te lopen en eventueel een plek of taak in het bedrijf te geven waarin je de tijd krijgt om weer terug te keren naar je normale functie. 

De eerste werkdag na het verlies
Je leidinggevende mag niet zomaar alles delen met je collega’s. Het kan zijn dat de collega’s in je team wel weten wat er aan de hand is. Je hebt misschien een kaart gestuurd en ze zijn op de uitvaart geweest. Je leidinggevende kan jou vragen wat je prettig vindt om jou optimaal te kunnen ondersteunen. Bijvoorbeeld: je komt straks weer op het werk, zullen we eerst samen even een kop koffie drinken? Doet je werkgever dat niet, dan mag je dat natuurlijk ook zelf aangeven. Het is belangrijk dat je als rouwende ouder goed wordt ontvangen op de werkvloer. 

Collega’s die reageren
Bereid je voor op verschillende reacties van collega’s. Sommigen vinden het moeilijk om iets te zeggen. Het is fijn als er een of twee collega’s zijn met wie je kunt praten als je daar behoefte aan hebt. Het is ook waardevol om te weten dat reacties kunnen variëren en dat het normaal is als niet iedereen direct weet hoe te reageren.

Soms kun je een gevoel van doelloosheid ervaren. Je hebt je kind net verloren en dat is het allerbelangrijkste voor jou. je zult merken je dat je collega’s het over dingen hebben die voor jou op dit moment totaal niet belangrijk zijn. Bereid je erop voor dat iedereen over van alles en nog wat praat, bijvoorbeeld over de bonen in de koffiemachine. De lucht wordt misschien zelfs nog meer gevuld met prietpraat omdat mensen niet weten wat ze tegen je moeten zeggen. Dit kan leeg aanvoelen. Het is goed om tegen een collega te kunnen zeggen dat je dit lastig vindt. 

Na de eerste drie maanden
In de eerste drie maanden voelen de meeste mensen zich goed gesteund, zowel thuis als op de werkvloer. Maar na een tijdje kan die steun afnemen, en dat kan best zwaar zijn. Het is heel normaal als je merkt dat het werk je na een tijdje zwaarder valt dan verwacht. Het is belangrijk om dit op tijd aan te kaarten. Wacht je te lang, dan loop je een groter risico om helemaal uit te vallen. Jezelf voorbijlopen zorgt voor stress. Je hebt wellicht het gevoel dat je moet blijven presteren en vaak wil je ook graag werken en het leven weer oppakken. Maar soms gaat het niet. Wat geldt voor stress, geldt ook voor rouw: het lichaam vertoont soortgelijke symptomen, zoals slecht slapen, slecht eten, pijn, moeite met concentreren of een afwijkende prikkelverwerking. Je kunt vaak weinig hebben In zulke fases. Bespreek het met je huisarts en betrek vrienden en familie bij je verdriet. Het inschakelen van de hulp van een rouwdeskundige of een buddy kan ook helpen.  

Tips voor op de werkvloer

  • Nodig een paar collega’s of je leidinggevende uit op de uitvaart. Dan is er iemand op de werkvloer die dit met je heeft gedeeld en is het makkelijker er later op terug te komen. Mensen willen graag iets van hun medeleven laten zien, dus laat mensen toe. Je kunt een algemene rouwkaart naar je werk sturen, maar dat betekent niet automatisch dat mensen ook komen. Zeg gewoon dat je het fijn vindt als ze komen.
  • Kijk naar taken, niet naar uren. Welke werkzaamheden zou je wel weer kunnen doen? Hoeveel uren je daarmee kunt vullen, doet er minder toe.
  • Vergelijk jezelf niet met anderen. Jij bent een uniek persoon. Iedereen rouwt op zijn eigen manier, ook op het gebied van werk.
  • Werken kan ook helend zijn en bijdragen aan het vormgeven van je leven met het enorme gat in je hart. Het leven stopt niet en werk kan een neutrale plek zijn om weer die eerste stap te zetten om iets te gaan doen en het geeft je voldoening of waardering. Het werken helpt je de draad van het leven op te pakken.

Voor werkgevers

Speciaal voor werkgevers en leidinggevenden ontwikkelde CNV een handleiding over duurzaamheid van een rouwende werknemer. Het boekje bevat praktische adviezen voor bedrijven in het begeleiden van werknemers. Het boekje is gratis aan te vragen via de website.

 

‘Rouw is geen ziekte, maar je kunt er wel ziek van zijn’

Andere artikelen uit het magazine