Overslaan en naar de inhoud gaan

Parmila en Bekir verloren hun zoon Djibriel

Parmila en Bekir verloren hun zoon Djibriel tijdens de zwangerschap. Parmila was toen rond de 20 weken zwanger. Wat begon met dankbare verwachting werd een traject van medische onzekerheid en afscheid.

Derde kindje
In november 2023 leek hun geluk compleet toen Parmila Bekir verraste met een positieve zwangerschapstest. Wat waren ze dankbaar. Ze wilden graag een groot gezin en dit derde kindje was echt een geschenk. Ze zouden hun zoon Djibriel noemen.

De verloskundige zag bij het intakegesprek al snel dat er iets niet klopte. Nog diezelfde dag werden Parmila en Bekir doorverwezen naar het ziekenhuis. Ineens gingen de gesprekken over risico’s en scenario’s, terwijl zij ergens hoopten dat het goed zou zijn.

In het ziekenhuis werd uiteindelijk vastgesteld dat Parmila een hematoomzwangerschap had: een ophoping van bloed buiten de bloedvaten die bloedingen rond de placenta veroorzaakt.

Second opinion
Parmila moest regelmatig terug voor controle. Ze leefden in onzekerheid, van afspraak naar afspraak. De afstemming tussen zorgverleners sloot niet altijd aan bij wat ze nodig hadden. Parmila: ‘Niet alles voelde helpend. Soms misten we woorden die rust gaven. Dat maakte deze periode extra moeilijk.’

Ze besloten een second opinion aan te vragen voor de twintigwekenecho. De gynaecoloog die hen nu zag nam de tijd en luisterde naar hun verhaal. Ze zag dat het hematoom kleiner werd en zei: ‘Blijf bidden en houd hoop’. Die woorden raakten Parmila diep. Ze voelde zich voor het eerst gezien.

Ze leefden toe naar de 24 weken, een belangrijke grens. Toen ze die haalden en de controles goed waren, durfden ze voorzichtig te geloven dat het misschien toch goed zou komen. Ze vierden het zelfs, samen met hun andere kinderen.

Geen hartslag meer
Kort daarna veranderde alles. Midden in de nacht braken Parmila’s vliezen en begonnen de weeën. Ze gingen naar het ziekenhuis. De rit voelde eindeloos.

In het ziekenhuis leek het eerst stabiel. Ze hoorden nog een hartslag en Bekir maakte er zelfs nog een waardevolle opname van. Maar bij een volgende controle bleef het stil. De gynaecoloog keek lang naar het scherm. Toen sprak ze de woorden die alles veranderden: ‘Er is geen hartslag meer’.

Op zondag 14 april werd de bevalling ingeleid. Die avond werd Djibriel geboren. Parmila ving hem zelf op, net als bij haar andere bevallingen. Hij was heel klein. Maar hij was hun zoon. Bekir wist dat Djibriel was overleden. Hij wist dat zijn zoon niet zou huilen. ‘En toch,’ zegt hij, ‘denk je op zo’n moment: misschien huilt hij wel. Het was ontzettend zwaar.’

Thuis met Djibriel
Nu hij was geboren, zagen ze dat Djibriel lichamelijke afwijkingen had. Ze legden hem voorzichtig in water, want ze mochten hem zo, met de watermethode, mee naar huis nemen. Geen maxicosi, maar een doosje. Eén dag was hij thuis bij zijn gezin.

Bekir vertelt hoe ze Djibriel thuis voorlazen uit een boek over profeet Moesa. Terwijl hij dat deed, wist hij: dit is de eerste en de laatste keer dat ik voor jou mag voorlezen. Ondertussen had Parmila’s vader de familie gebeld om het nieuws te delen. Bekir regelde samen met hem de uitvaart.

Het afscheid was zwaar. Djibriel werd volgens het islamitische ritueel gewassen en daarna in een wit gewaad gewikkeld. Voor Bekir was dat pijnlijk. Dit was niet zoals hij zich het afscheid van zijn zoon had voorgesteld.

Begraven
Parmila en Bekir brachten Djibriel zelf naar het graf. Bekir hield hem vast en legde hem neer, met zijn gezicht richting de Kaäba. Daarna schepten ze zand erover. ‘Die eerste schep zand maakte het definitief,’ vertelt Bekir.

Het moment waarop vastgesteld werd dat Djibriel was overleden, was grotendeels langs Parmila heen gegaan. Ze kon gelukkig wel bij de uitvaart zijn. Daar is ze dankbaar voor, al was het ook confronterend. Dat ze in een rolstoel haar eigen kind moest begraven, dat beeld blijft haar altijd bij.

Het besef dat zij hem daar achterlieten, terwijl zij met hun andere kinderen weer naar huis gingen, kwam hard binnen. Hun gezin ging verder, maar niet meer zoals daarvoor. Een maand later gingen ze met het hele gezin terug naar het graf. Met twee levende kinderen en één overleden kind was de realiteit hard zichtbaar. Het bezoek bracht Parmila volledig van slag. ‘Dit gevoel,’ zegt ze, ‘gun je geen enkele ouder.’

Rouw die blijft
De eerste zes maanden na het verlies waren zwaar. De wereld om hen heen ging door, terwijl zij nog midden in hun rouw zaten. Parmila zocht troost in verhalen van andere ouders. Ze keek video’s van stichting Rouwkost en luisterde naar ervaringen. Dat hielp in deze periode.

De manier waarop Parmila en Bekir hun verdriet ervaren is heel verschillend. Parmila merkt dat haar lichaam haar soms onverwacht terugbrengt naar het verlies. Bekir rouwt om alles wat hij Djibriel had willen meegeven als vader.

Ze blijven over hun zoon praten. Ze noemen zijn naam. Bezoeken zijn graf. Ze nemen ook hun andere kinderen mee in het verhaal van hun broertje, met woorden die passen bij hun leeftijd.

Weer zwanger
Djibriel liet een grote leegte achter in 2024. Parmila en Bekir wilden graag opnieuw zwanger raken en in februari 2025 ontvingen ze een positieve zwangerschapstest. De zwangerschap bracht vanaf het begin veel spanning. Parmila kreeg al vroeg extra controles. Gelukkig bleek daarbij al snel dat er nu geen hematoom was.

De zwangerschap bleef wel spannend, terwijl het leven thuis doorging met hun jonge kinderen. Ze kozen voor één vaste arts voor de controles. Dat gaf rust. Ook konden ze altijd bellen bij twijfel. Na een intense bevalling werd hun vierde zoon levend geboren. Ze noemden hem Djummah Ramiz Turgut.

Parmila en Bekir willen andere ouders graag vertellen dat je bij een nieuwe zwangerschap je zorgverlener om extra controles of gesprekken kunt vragen als dit je geruststelt. Ook willen ze meegeven dat je in kleine stappen mag hopen en genieten van deze zwangerschap. Je mag tegen jezelf zeggen dat het oké is als je deze zwangerschap anders beleeft.

En, of je nu wel of niet opnieuw in verwachting raakt: neem de tijd om te rouwen. Rouw heeft geen einddatum.

‘Je weet dat je zoon niet zal huilen. En toch denk je op zo’n moment: misschien huilt hij wel.’

‘Je weet dat je zoon niet zal huilen. En toch denk je op zo’n moment: misschien huilt hij wel.’

Andere artikelen uit het magazine